Een weekje Gran Canaria met Femke – Het andere leven op het eiland
Door Mark Evertzen
Verhalen over ondernemen, vrijheid en het leven tussen Nederland en Gran Canaria.
De afgelopen twee weken was het weer zoals je het op Gran Canaria graag ziet. Veel zon, hoge temperaturen en lange avonden waarop je eigenlijk niet naar binnen wilt. Nadat Manda weer naar Nederland was gevlogen en we samen onze rondtour over het eiland hadden gemaakt, waarover ik in een andere blog ‘Een zomerse tour op Gran Canaria’ heb geschreven , bleef ik nog een weekje alleen achter.
Maar niet voor lang.
Mijn jongste dochter Femke had op het laatste moment toch besloten om nog een weekje vakantie te pakken. En hoe leuk is het dan dat je dochter gewoon naar Gran Canaria kan vliegen. Ze twijfelde nog of ze zondag of maandag zou komen. De vlucht op zondag was goedkoper, dus de keuze was snel gemaakt.
De week daarvoor had ik nog mooi de tijd om wat te werken en vooral rustig aan te doen. Af en toe naar het zwembad bij vrienden, wat sporten en voor de rest vooral vakantie vieren. Dat is inmiddels ook een beetje mijn leven hier.
Mijn vaste ritueel is op woensdag en zaterdag eerst naar Havana Gym en daarna koffie drinken bij Tineke. Tineke en Fred hebben hier Freddie's, een Hollandse bar. Normaal gesproken heb ik eerlijk gezegd niet zoveel met Nederlandse bars in het buitenland. Als ik naar Gran Canaria ga, wil ik juist het Spaanse en internationale leven meemaken.
Maar Freddie's is anders.
Tineke en Jennefer, mijn overleden vrouw, waren aangetrouwde nichtjes. Na het overlijden van Jennefer heeft Tineke mij eigenlijk een beetje geadopteerd als neef. Daardoor voelt het hier niet als zomaar een Nederlandse bar, maar als een plek waar ik altijd welkom ben.
Ik vertelde dat Femke eraan kwam en dat vonden ze natuurlijk geweldig. Femke komt inmiddels zeker één of twee keer per jaar naar Gran Canaria. En iedere keer als ze er is, sleep ik haar overal mee naartoe. Vrienden bezoeken, kleine kroegjes, feestjes, lekker eten en natuurlijk plekken waar je als toerist niet zo snel terechtkomt.
Femke is er
Zondag haalde ik haar op van het vliegveld. Met bus 66 reden we terug naar Playa del Inglés. Even de koffers wegzetten en natuurlijk konden we het niet laten om 's avonds nog even naar buiten te gaan.
We liepen richting de Yumbo en daar viel meteen iets op. Er wordt een enorme nieuwe McDonald's gebouwd. De Yumbo blijft veranderen en uitbreiden en blijkbaar hoort daar tegenwoordig ook een mega-McDonald's bij.
We dronken nog wat op een terras en met ongeveer 25 graden was het 's avonds nog heerlijk buiten. Dat zijn van die avonden waarvoor je eigenlijk niet meer terug naar Nederland wilt.
De volgende ochtend ging ik eerst naar de gym en Femke lekker naar het zwembad. In de middag scoorden we een shishapijp en verder deden we rustig aan.
De kapper uit Heidelberg
De volgende dag moest ik naar de kapper. Inmiddels ga ik alweer bijna een half jaar naar Andreas, een Duitse kapper die begin zestig is en al ruim twintig jaar op Gran Canaria woont.
Andreas komt oorspronkelijk uit Heidelberg. Hij begon al op zijn zeventiende met het kappersvak, tot grote ergernis van zijn ouders. Die wilden dat hij verder zou leren, maar Andreas wilde werken. Hij had zijn keuze gemaakt.
Later had hij een eigen zaak in Frankfurt, totdat hij op een bepaald moment alles verkocht en naar Gran Canaria vertrok.
Ik vroeg hem waarom.
Zijn antwoord was eigenlijk precies wat je verwacht van iemand die deze stap heeft gezet, Europa, rust, vrijheid en vooral het weer.
Maar het mooie aan Andreas vind ik dat hij niet alleen goed kan knippen, maar ook goed kan vertellen. Hij knipt nog ouderwets met de schaar en niet, zoals veel kappers tegenwoordig, bijna alles met de tondeuse.
Tijdens de knipbeurten hebben we mooie gesprekken over het leven op het eiland. Hij vertelde dat er voor hem een wereld openging toen hij de Spaanse taal eenmaal goed beheerste. Je kunt je dan veel beter redden, legt gemakkelijker contact en ineens gaan er deuren open die daarvoor gesloten bleven.
Dat vond ik wel een mooie gedachte.
De taal leren, jezelf aanpassen en onderdeel worden van de omgeving. Niet alleen hier wonen, maar ook echt hier leven.
Een goede man.
's Avonds gingen we eten bij El Churrasco, een Argentijns steakhouse. En omdat we wisten dat er een zonsverduistering aan zat te komen, hadden we nog één missie, een eclipsbril vinden.
Twee dagen lang hebben we er bijna overal naar gezocht.
Tevergeefs.
Uiteindelijk hebben we de zon en de maan maar gelaten voor wat ze waren. En toen het moment daar was, bleef het gewoon licht en merkten we er eigenlijk maar weinig van. Ook dat is Gran Canaria.
Playa del Inglés
Wat ik mooi vind aan Playa del Inglés is dat het eigenlijk heel compact is. Qua omvang kun je het een beetje vergelijken met Gieten, alleen staan hier ongeveer 37.000 toeristische bedden en vind je er honderden restaurants.
En nee, ik ben nog lang niet overal wezen eten.
Dat komt ook doordat er steeds weer iets verandert. Een restaurant verdwijnt, ergens anders opent iets nieuws en voor je het weet zit je weer ergens waar je nog nooit bent geweest.
Het is bovendien een enorme mix van nationaliteiten. Spanjaarden, Duitsers, Nederlanders, Belgen, Scandinaviërs, Britten en mensen uit allerlei andere landen wonen, werken en verblijven hier door elkaar.
Juist dat multiculturele vind ik zo mooi.
Op pad langs de oostkust
Met Femke gingen we deze keer een andere kant op dan we meestal doen. Normaal rijden we vanaf Playa eerder richting Puerto Rico of Puerto de Mogán. Nu gingen we langs de kust richting San Agustín en verder naar Castillo del Romeral.
Castillo del Romeral is een klein kustplaatsje waar het leven een stuk rustiger is. Geen groot zandstrand en geen massale toeristische drukte. Mensen komen hier vooral voor de zee, de boulevard en de rust.
Daarna reden we door naar Vecindario. Dat is weer een heel andere wereld. Een groter, echt Spaans winkelgebied met een enorm aanbod aan winkels. Even shoppen en daarna weer verder.
De volgende stop was Arinaga.
En daar werd het interessant.
Arinaga is een kustplaats waar het bijna altijd waait. Een groot toeristisch zandstrand ontbreekt hier, maar dat lijkt niemand echt belangrijk te vinden. De bewoners zoeken gewoon een plekje op de rotsen langs de kust. Stoeltje erbij, handdoekje neerleggen en klaar.
Op de boulevard liep ondertussen een man met een grote luidspreker waarop keiharde salsamuziek werd afgespeeld. Hij liep heen en weer en werkelijk niemand keek ervan op. Dit was gewoon het leven.
Er was die dag feest en bij de pier stond een podium met een band. Voor het podium werd volop salsa gedanst. Op de boulevard was het ondertussen bijna slalommen. Tussen de stoeltjes, tafeltjes en complete families die met elkaar aan het eten waren, moest je je een weg zien te banen.
Femke was aan deze kant van het eiland nog nooit geweest.
En dat was precies waarom ik haar hierheen wilde meenemen.
Dit was het Gran Canaria dat je niet altijd ziet wanneer je alleen in Playa del Inglés, Puerto Rico of Puerto de Mogán blijft. Hier zag je bijna geen toeristen. Gewoon mensen uit de omgeving die hun avond vieren zoals ze dat altijd doen.
Op de terugweg hadden we de wind in de rug. Dat scheelde behoorlijk.
Thuis kookten we lekker zelf en gingen we op tijd naar bed, want de volgende dag stond er een mooie wandeling op het programma.
Van Playa naar Meloneras
We stonden de volgende ochtend vroeg op. Eerst even de getijdentabel bekeken, want een deel van de wandeling langs de kust is bij vloed lastig of zelfs niet te doen.
Om tien uur zou het eb zijn.
Perfect.
We begonnen vanuit Playa del Inglés en liepen helemaal richting Meloneras. Het was druk, zonnig en warm, maar op zo'n manier dat het juist lekker was om buiten te zijn.
Onderweg kwamen we langs de terrassen bij het strand van Meloneras. Daar zijn inmiddels ook nieuwe terrassen gekomen waar je heerlijk kunt zitten met uitzicht over zee. Een mooie ontwikkeling, want het is een prachtig stukje kust om even neer te strijken.
Na de wandeling pakten we de bus terug naar Playa en daarna was het tijd voor het zwembad.
Aan het einde van de middag gingen we nog even naar de Maxipub, het bar-restaurant beneden in ons appartementencomplex.
Daar kwam ik Freddie tegen.
Ik had hem al een tijdje niet gezien.
Freddie is een Belg uit het Duitstalige gedeelte van België en woont inmiddels zo'n vijf à zes jaar op Gran Canaria. Hij had in België zijn bedrijf en kapsalon verkocht en besloot het roer om te gooien.
Hier huurde hij een appartement en in de loop der jaren is hij steeds rustiger geworden. Veel strand, lekker bruin, weinig verplichtingen en vooral genieten.
Hij gaat nog maar zelden terug naar België.
Hij heeft twee zussen. Met één heeft hij goed contact, die komt ongeveer twee keer per jaar naar Gran Canaria. Met de andere heeft hij geen contact meer.
"Is goed zo", zei hij.
Dat soort gesprekken vind ik mooi. Iedereen heeft zijn eigen verhaal en zijn eigen reden om hier te zijn.
Freddie was inmiddels ook nog verhuisd. Zo'n tweehonderd meter verderop had hij een bungalow gevonden met een tuintje. Rustiger en meer ruimte.
Hij zag er tevreden uit.
Socarrat – eten, muziek en Gran Canaria
Het weekend was er een evenement bij de voetbalvelden van Maspalomas, Vive Fest, met onder andere Socarrat. Een evenement waarbij gastronomie en muziek samenkomen. Het draaide deze dag vooral om rijstgerechten, chefs, restaurants en koken met vuur.
We gingen zondagmiddag.
Veel bekende restaurants hadden hun eigen gerechten meegenomen en overal kon je kleine porties proeven. Het leuke was dat het niet alleen om eten ging. Er was live muziek en naarmate de middag vorderde veranderde de sfeer langzaam van een gastronomisch evenement in een soort Spaans tardeo, lekker eten, muziek, een drankje en vooral gezelligheid.
Het was eigenlijk precies zoals ik Gran Canaria graag zie.
Niet te veel plannen, gewoon ergens terechtkomen en kijken wat er gebeurt.
Omdat het evenement 's middags begon, was het aan het begin van de avond alweer afgelopen. Wij gingen nog even naar de boulevard.
Daar verzorgt Andreas regelmatig karaokeavonden.
Niet mijn kapper Andreas, maar een andere Andreas, een muzikant die ik nog ken uit de tijd dat hij eigenaar was van de OK Poolbar. Een geweldige zanger en bovendien een ontzettend aardige vent.
We begroetten elkaar en ik gaf door welk nummer ik wilde zingen.
Sweet Home Chicago van de Blues Brothers.
Hij keek eerst een beetje verbaasd.
Maar nadat ik het nummer had gezongen, was zijn reactie duidelijk: "Daar moet je meer mee doen."
Dat is natuurlijk leuk om te horen.
Andreas werkt daarnaast nog in een eetcafé in het dorp en is inmiddels geen mede-eigenaar meer van de OK Poolbar. Achteraf heeft hem dat eigenlijk goed gedaan. Meer rust, vijf dagen werken, meer vrijheid en vooral meer tijd om dingen te doen die hij zelf leuk vindt.
Ook hij is iemand die duidelijk geniet van het leven hier.
Mensen met een verhaal
Inmiddels woon en kom ik hier alweer zo'n zeven jaar. In die tijd heb ik ontzettend veel mensen leren kennen.
Sommigen kwamen en gingen weer. Anderen zijn gebleven.
Wat veel van deze mensen gemeen hebben, is dat ze ooit een grote stap hebben gezet. Alles in hun eigen land achtergelaten of in ieder geval een groot deel ervan. Soms uit onvrede, soms uit nieuwsgierigheid, soms na een scheiding of gewoon omdat ze vonden dat het tijd was voor iets anders.
Ze kwamen hierheen voor rust, vrijheid, het weer en een ander leven.
En misschien vooral voor het gevoel dat je 's avonds buiten kunt zitten zonder dat je naar binnen hoeft omdat het koud is.
Dat klinkt simpel, maar blijkbaar is het voor veel mensen een belangrijke reden om het roer om te gooien.
Peter gaat weer verhuizen
De volgende dag kreeg ik een appje van mijn Duitse vriend Peter. Hij woont in San Fernando, in een mooie rijtjeswoning vlak bij de plek waar hij twee jaar een eetcafé had.
Peter is een ras-muzikant. Gitaar, zingen en entertainen. Een echte levensgenieter.
Ongeveer vier jaar geleden kwam hij samen met zijn vrouw, die dertig jaar jonger is, vanuit Polen naar Gran Canaria. Ze waren Duitsers die in Polen woonden en besloten alles te verkopen en hier opnieuw te beginnen.
Na ongeveer anderhalf jaar kochten ze een eetcafé.
Een jaar later gingen ze uit elkaar.
Peter zette de horeca alleen voort. In het begin hielp zijn dochter uit zijn eerste huwelijk hem, maar uiteindelijk werd het geen succes. Hij stond er vaak alleen voor en besloot de zaak te verkopen.
Daarna begon hij samen met een vriend aan allerlei projecten. Van online administratiesystemen tot tegenwoordig vooral oplossingen met AI voor bedrijven.
En nu stond er opnieuw een verandering voor de deur.
Hij had besloten San Fernando te verlaten en bij Max op een landgoed te gaan wonen. Hij krijgt daar zijn eigen appartement en gaat Max een beetje helpen als huismeester.
Toen ik bij hem aanbelde, deed hij lachend de deur open. Peter is altijd gastvrij. Binnen was hij ondertussen druk bezig met dozen en spullen. Nog een week of twee en alles moest over zijn.
Ik ben benieuwd hoe het hem gaat bevallen.
Misschien is dit precies wat hij nodig heef, iets meer buitenaf, meer rust en minder drukte.
De laatste rit met Femke
's Middags pakten Femke en ik de Honda en gingen we opnieuw op pad. Via de kustweg, de GC-500, reden we vanuit Playa del Inglés richting Anfi del Mar.
Dit is één van mijn favoriete stukken van de zuidkust. De weg slingert langs de rotsachtige kust en onderweg krijg je voortdurend uitzicht op zee. De golven waren behoorlijk wild en tegen de rotsen sloegen ze flink uiteen.
Voorbij Arguineguín reden we langs een grote bananenplantage. Je rijdt er echt een stukje doorheen en ik vind dat altijd een mooi gezicht. Het laat weer een andere kant van Gran Canaria zien.
Onderweg praatten Femke en ik via onze headsets met elkaar. Dat is één van de leuke dingen van samen op de scooter rijden. Je kunt gewoon hele gesprekken voeren terwijl je onderweg bent.
Bij Anfi del Mar parkeerden we de Honda en liepen we naar de lift die je naar het witte strand brengt.
Anfi is natuurlijk geen onbekende plek. Het witte zand en het turquoise water geven het bijna een Caribisch gevoel. Toch kun je, als je een beetje achteraan gaat zitten, nog een rustig plekje vinden.
Dat deden wij.
We bleven bijna tot iedereen verdwenen was.
Want donderdag zouden we alweer naar Nederland vliegen.
De laatste avond
's Avonds werd ik door Femke getrakteerd op een etentje bij Gaucho, één van de mooie steakrestaurants in Playa del Inglés.
Een heerlijke afsluiting van haar vakantie.
Daarna nog één laatste drankje in de Yumbo.
En toen zat het er eigenlijk alweer op.
Ik was oorspronkelijk van plan om nog een week langer te blijven. Maar mijn oudste dochter Melany had haar feestelijke diploma-uitreiking in Groningen. Dan is het natuurlijk veel leuker om daar gewoon bij te zijn.
Dus inmiddels zit ik in het vliegtuig van Corendon richting Amsterdam.
De auto staat op de parkeerplaats en straks rijden we terug naar Gieten.
Daar gaat het gewone leven weer verder.
Werk, afspraken, boodschappen, het Nederlandse weer en alles wat daarbij hoort.
Maar over een paar weken schrijf ik ongetwijfeld weer een heel ander verhaal.
Over die andere wereld.
Want dat is inmiddels misschien wel het mooiste aan mijn leven geworden, kunnen schakelen tussen twee werelden.
Van Gran Canaria naar Gieten.
Van slippers naar schoenen.
Van 25 graden 's avonds naar kijken of ik mijn jas nodig heb.
En toch voelt geen van beide werelden helemaal vreemd meer.



























Reacties
Een reactie posten